Ik zat op de bus van Ouagadougou naar Ouahigouya op weg naar huis. En ik dacht voor de eerste maal in de drie maanden dat ik hier ben: ik zou nergens anders op de wereld willen zijn dan hier, op deze bus. De bus zat véél te vol geladen met mensen, reggae pompte uit de radio en ik zat naast een ongelooflijk lieve dame, Adèle en haar zoontje Kevin.
Tijdens de reis voederde Adèle me met pindanoten en kip. Het was al laat in de avond en de kip smaakte heerlijk. Nadien ziet Adèle dat ik wat radeloos aan het rondkijken ben naar een plaats om de overgebleven kippenbotjes te deponeren. “Gooi maar op de grond”, zegt ze. Ik kijk haar vragend aan. “Jaja gooi maar op de grond, dat ruimen ze straks wel op.” In Burkina is het concept van vuilbak onbestaande. Iedereen gooit gewoon alles in het rond. Kippenbotjes op de vloer van de bus gooien kàn dus, maar ik besluit ze toch bij mij te houden, om ze dan achteraf op een hoopje vuilnis te gooien.
Het is een lange rit en mijn gedachten dwalen af. Ik dacht lachend terug aan een gesprek ik had met mijn tienjarig buurjongetje over de kleur van onze huid.
Het is raar hoeveel je hier geconfronteerd wordt met de kleur van je huid. Je zal hier nooit vergeten dat je blank bent. En niet alleen door het feit dat overal waar je komt iedereen je naroept met NASARA NASARA (BLANKE BLANKE).
Ik heb altijd wel geweten dat ik blank ben, maar daar nooit verder bij stil gestaan. Hier ben je daardoor altijd anders, anders dan de anderen. Ryszard Kapuscinski verwoorde die gedachten die al langer in mijn hoofd zaten. Hij schreef in zijn boek ‘The Other’: “You can live your whole life without thinking, without wondering about the fact that you are black, yellow or white, until you cross the border of your own racial zone. At once there is tension, at once we feel like others surrounded by others.”
Ik begrijp nu ook meer waarom mensen van andere nationaliteit, huidskleur of religie samenklitten. Je voelt je anders en daar is iemand die jou kenmerken deelt, jou gevoelens kent, je ergernissen kan begrijpen omdat die misschien dezelfde moeilijkheden heeft ervaren. De eerste maand ik hier was, was er geen enkele blanke om me heen. Toen ik daarna een trip naar de hoofdstad maakte deelde ik een taxi met een Amerikaan, een andere blanke! Ik had een ongelooflijke drang om met hem te praten. Hij woonde ook in een dorpje in de brousse. Hij begreep me.
Maar ook al kan je niet vergeten dat je blank bent. Na verloop van tijd gaan de grenzen tussen het anders zijn vervagen, worden de gelijkenissen heel duidelijk en vallen de vooroordelen weg. En alleen al daarom ben ik blij hier te zijn..
